| Beschermvrouwe |
![]() Beschermvrouwe Marie-Cecile Jacobs stelt er een eer in om op het St.-Cecilia feest een afbeelding van Cecilia te presenteren, als een musicerende vrouw die betrokken is bij het wel en wee van de harmonie. “Moge St.-Cecilia die al 175 jaar lief en leed met ons deelt, voor wie de liefde van generatie op generatie in Mechelen werd overgedragen, tot in lengte der dagen in de harten van de mensen blijven, en tot in lengte der dagen verbondenheid en vriendschap symboliseren.” In november 1962 wordt drs. J.M.H. Jacobs geïnstalleerd als beschermheer van St.-Cecilia. Hij zou deze rol gedurende bijna veertig jaar met overgave vervullen. Als huisarts stond hij middenin de dorpsgemeenschap. In de eerste twintig jaren was hij zelfs de enige huisarts in Mechelen, en dat in een tijd dat de huisarts bij alle mogelijke life events betrokken was. Hij werd geraadpleegd voor de meest uiteenlopende zaken, variërend van geboorte tot ziekte en rouw, huwelijksperikelen en familieruzies. Door zijn positie, maar vooral ook door zijn interesse in mensen, had hij grote kennis van en inzicht in de dorpsgemeenschap. Hij had het vermogen om bepaalde problemen binnen de dorpsgemeenschap of de harmonie in een groter kader te plaatsen of bespreekbaar te maken. Als beschermheer van de muziekvereniging was hij bijzonder trots op St.-Cecilia. Hij was ervan overtuigd dat het leven van de harmonie verweven was met het dorpsleven in al zijn facetten, “dat de harmonie het leven van het dorp muzikaal begeleidt". Hij stelde zich voor dat het idee om een harmonie op te richten was ontstaan, ergens in een ver verleden, tijdens het “koejongen” na de hoogmis. Waarschijnlijk “zullen (er) wel enkelen geweest zijn die uiting wilden geven aan hun muzikaliteit; maar het hoofdmotief is zeker geweest: de gemeenschap te dienen op muzikale wijze. ’n Dienstbaarheid geboren uit een behoefte, uit ’n nood om de gemeenschap te helpen: uiting te geven aan gevoelens zowel van vreugde als van verdriet, te helpen bij hun streven naar gemeenschapszin, te helpen bij het uitleven van hun religiositeit (voorwoord jubileumboekje 140 jaar)”. Hij zwaaide lof naar de mensen die zich langdurig inzetten voor de harmonie, niet alleen voor hun eigen muzikale plezier, maar ook voor het maatschappelijke en verenigingsbelang. “Diegenen die in sombere tijden zijn blijven werken zijn wij de allergrootste dank verschuldigd. Vooral die vechters, die volharders, die nog in ons midden zijn moeten wij tegemoet treden met diepe eerbied, want zij zijn de mensen, waaraan de harmonie zoals ze nu is, álles te danken heeft (1974)”. De maatschappelijke en bindende waarde van de harmonie achtte hij heel hoog. Hij hoopte dat “de voorbeeldige menselijke verhoudingen in ons dorp, zich uitend in tientallen veelal bloeiende verenigingen, behouden blijven” zodat “onze harmonie blijft zoals wij haar kennen, en zodat velen zich willen blijven inzetten voor St.- Cecilia, zodat onze harmonie de tolk zal blijven van de gevoelens die leven in onze gemeenschap (1984)”. Als beschermheer vervulde hij zijn rol met verve. Befaamd waren zijn jaarlijkse toespraken, tijdens de jaarvergadering of St.-Ceciliafeest. “Sst, sst, de dokter gaat spreken”, klonk het dan. Dan vertelde hij bijvoorbeeld hoe hij dat jaar genoten had van zijn St.- Cecilia, met haar hoedje van sax, en haar pluimpje van hobo, met lipjes die fluiten, met haar kamezolke van trombones, haar rok van klarinetten, en haar stevige stappers van tuba en trompetten, met andere woorden hoe alle muzikanten samen aan St.-Cecilia vorm hadden gegeven. Of hij verhaalde hoe zijn geliefde Cecilia door het Mechels landschap wandelt, bijvoorbeeld als de harmonie in processie uittrekt, met de talloze wegkruisjes langs de kant van de wegen en op kruispunten. Wegkruisjes zijn dan symbolen van het leven, van het dorpsleven, van de harmonie, met een parallel naar kruispunten, ontmoetingspunten, toewijding en opoffering. Of soms gaf hij met een kwinkslag een overzicht van het jaar, zoals hoe “de bocht met soms wat valse noten toch weer net gehaald was”. Hij was erg trots op “zijn” St.-Cecilia. Er was hem veel aangelegen om elk jaar met de processie mee te lopen. Ook was hij een vast supporter op de concoursen. Echter, hij was het niet altijd eens met het beleid van het bestuur. Toen in 1977 nieuwe uniformen werden aangeschaft, en het bestuur voortaan in zwart pak ging in plaats van in jacquet conformeerde dokter Jacobs zich niet. Vanaf die tijd haalde hij zijn slippenjas uit de kast en liep hij in de processie mee, terwijl zijn hoge hoed als enige boven de menigte deinde. Na zijn onverwacht overlijden werd zijn dochter, aan wie hij de naam van Cecilia had gegeven, gevraagd om de taak van beschermheer, c.q. beschermvrouwe over te nemen. Sinds 2003 zet zij de traditie voort in de voetsporen van haar vader.
|
